De oorsprong van het huidige terrazzowerk begint
bij de eerste mozaïeken, dat door velen wordt beschouwd als de
voorloper van het terrazzo. Een mozaïek is een inlegwerk van steen-, glas
en marmer. Het is een eeuwenoude vorm van ambachtelijke kunst die
reeds werd uitgeoefend ver voor onze jaartelling. Reeds 1600 jaar voor
Christus werden mozaïeken gemaakt. In het door Chaldeeërs gebouwde paleis
te Warka, omstreeks die tijd gebouwd, treft men wandversieringen van mozaïek
aan. Door de veroveringstochten, onder Alexander de Grote, werd deze
ambachtelijke kunst rond 325 jr. v. Christus naar Europa gebracht.
De Byzantijnse en Oud-christelijke kunst leverde
bijzondere mozaïekwerken op, in die periode was Byzantium een paradijs van
paleizen en basilieken waarin deze kunstvorm zich ontwikkelde, aanvankelijk
als wand- en plafondversiering en tenslotte als vloerversiering. Later in de
Moorse stijl van de Islamieten gebruikte men mozaïektegels die men op een
werkbank vervaardigde en daarna in het werk bracht. Een figuur van stenen
strippen goot men aan met een gipshoudend bindmiddel, in dat bindmiddel
drukte men bonte stukjes glas, marmersteentjes en zelfs edelmetalen. Hieruit
ontstond datgene, wat eeuwen later als terrazzo wordt gekenmerkt.
Tijdens latere ontwikkelingen door de eeuwen heen
blijft het mozaïekwerk latent aanwezig. Dit Italiaanse terrazzo, dat nog
weinig overeenkomst toonde met het huidige produkt, maakte men door stukjes
afval uit de marmergroeve op een specielaag te strooien en die stukjes dan
door stampen daarin te drukken. Het vlakstampen is tegenwoordig vervangen
door het inwalsen en schuren van de vloer. Als bindmiddel gebruikte men
leem, weke gips, puzzolaanaarde en traskalk, totdat de ontdekking in 1824
van het portlandcement geheel nieuwe mogelijkheden bood. Als uitvinder wordt
genoemd de metselaar Joseph Aspdin. Uit het streven de vloer zo vlak
mogelijk te maken, - het "terrasseren" - de vloer werd toen nog
niet geslepen - is vermoedelijk de naam terrazzo ontstaan.
Het eerste werk van die soort werd gemaakt op de
grond "sulla terra terrazza" (sul terraz is Friulaans). De man die
het werk uitvoerde noemde men al spoedig terrazzieri, dat letterlijk
vertaald grondwerker betekent. Het waren 1600/1700 naamloze ambachtslieden
uit Friuli, een streek in noordoost Italië. De tegenwoordige provicies
Pordenone en Udine. Oorspronkelijk kwamen zij uit een gebied met een straal
van niet meer dan 25 km. Met als voornaamste dorpen Sequals, Tauriano, Spilimbergo,
Arba, Colle, Fanna, Maniago, Cavasso, Frisanco en Barcis.

Hengelo, begin twintigste eeuw de
Firma David & Martina
Het woord terrazzo is in verschillende Europese landen
ingeburgerd. In Duitsland en
Oostenrijk spreekt men uitsluitend van terrazzo, in Frankrijk spreekt men
van granito.
Veel terrazzowerkers in Nederland noemden zichzelf granitowerkers, terwijl
men in Italië spreekt van tarrazzieri en niet van granitisti.
Tegenwoordig kiest men voor het woord terrazzo. Ook al omdat de betekenis
granito nogal eens wordt verwisseld met graniet. Terrazzokorrels zijn van
gebroken marmer en kalksteen, terwijl granietkorrels bestaan uit gebroken
natuurgraniet. Het terrazzowerk werd in ons land vooral door de Italianen
bekend. In de loop der jaren namen ook veel Nederlanders het ambacht van hun
buitenlandse collega's over. Een Ambachtelijke kunstvorm die met een
kritische kanttekening ook een minder populaire tijd heeft doorgemaakt.

Alkmaar omstreeks 1925, op de foto de
firma Indri